|
|
|
|
SAMENWERKINGSOVEREENKOMSTTussen het schoolbestuur van de gesubsidieerde vrije basisschool met administratieve vestigingsplaats in de Hoogstraat 39 te Deerlijk enerzijds en het schoolbestuur van de gesubsidieerde gemeentelijke lagere school met administratieve vestigingsplaats in de Sint-Amandusstraat 16 te Deerlijk anderzijds wordt overeengekomen hetgeen volgt: Artikel 1: Onderhavige samenwerkingsovereenkomst wordt afgesloten conform art. 173 van het decreet op het basisonderwijs dd. 25.02.1997 en vat het lager onderwijs ingericht door beide contracterende partijen. De lagere afdeling van partij enerzijds wordt hierna "vrije school" genoemd. De lagere afdeling van partij anderzijds wordt hierna "gemeentelijke jongensschool" genoemd. Artikel 2: Onderhavige samenwerkingsovereenkomst heeft tot doel de schoolvrede te bewaren en de kwaliteit van het onderwijs te vrijwaren. Artikel 3: Binnen onderhavige samenwerkingsovereenkomst blijven de vrije en de gemeentelijke school autonome entiteiten die elk voor zich dienen te voldoen aan de wettelijke en andere opgelegde bepalingen en reglementeringen. Artikel 4: De vrije school stelt de infrastructuur, omvattend het schoolgebouw gelegen in de Hoogstraat 39 en de goederen bedoeld in art. 5, gratis ter beschikking voor het onderbrengen van het (de) eerste, tweede en derde leerja(a)r(en) van de gemeentelijke school. Komt hier tussen de VZW "Klooster der Zusters van de Heilige Vincentius", met maatschappelijke zetel te Hooglede-Gits, Gitsbergstraat 17, vertegenwoordigd door mevrouw Yvonne Depypere, afgevaardigde-beheerder, voorzitster van de Raad van Beheer en mevrouw Gabriëlla Demaré, afgevaardigde-beheerder, secretaresse, beiden wonend te Hooglede-Gits, Gitsbergstraat 17 eigenaar van voormeld schoolgebouw die voor zoveel als nodig, meetekent voor akkoord. De gemeentelijke school stelt de infrastructuur omvattend het schoolgebouw gelegen in de Sint-Amandusstraat 16 en de goederen bedoeld in art. 5, gratis ter beschikking voor het onderbrengen van het (de) vierde, vijfde en zesde leerja(a)ren van de vrije school. Artikel 5: Aan de vrije respectievelijk de gemeentelijke school behoort toe al hetgeen rechtstreeks of onrechtstreeks dienstig is voor het verstrekken van onderwijs dat zich bevindt of zal bevinden in het schoolgebouw waar de respectieve school haar administratieve vestigingsplaats heeft en draagt er alle kosten van met uitzondering voor hetgeen is bepaald in art. 6. De vrije en de gemeentelijke school verbinden er zich toe om met betrekking tot deze kosten overleg te plegen teneinde voor elke partij een evenwaardig globaal uitgavenpakket te realiseren met betrekking tot de goederen bedoeld in dit artikel. Artikel 6: De vrije en de gemeentelijke school dragen bij in de kosten van de verbruiksgoederen die rechtstreeks dienstig zijn voor het verstrekken van onderwijs op basis van hun totaal aantal leerlingen op 1 februari van het vorige schooljaar. Artikel 7: De vrije respectievelijk de gemeentelijke school staat volledig in voor het verbruik van alle nutsvoorzieningen in en voor alle onderhoud van en aan het schoolgebouw waar zij haar administratieve vestigingsplaats heeft. Artikel 8: Een vastbenoemd onderwijzend personeelslid van de vrije en van de gemeentelijke school kan met zijn instemming deeltijds tijdelijk belast worden met een andere opdracht in respectievelijk de gemeentelijke en de vrije school. Per schooljaar dienen de modaliteiten hiervan te worden bepaald in onderling overleg tussen het onderwijzend personeel en de directeurs van de beide scholen. Artikel 9: Rekening houdend met het beschikbaar lestijdenpakket wordt bij terbeschikkingstelling het vastbenoemd onderwijzend personeelslid van de vrije en de gemeentelijke school met zijn akkoord bij voorrang aangesteld respectievelijk in de gemeentelijke en de vrije school vooraleer reaffectatie intreedt. Artikel 10: De tijdelijke onderwijzende en administratieve personeelsleden van de vrije en de gemeentelijke school worden bij voorkeur deeltijds in de vrije en deeltijds in de gemeentelijke school aangesteld. Artikel 11: De vrije en de gemeentelijke school stellen elk voor zich het poets-, bewakings- en refterpersoneel aan dat tewerkgesteld wordt in het schoolgebouw waar respectievelijk de vrije en de gemeentelijke school haar administratieve vestigingsplaats heeft. Artikel 12: De directeur van de vrije en van de gemeentelijke school draagt de eindverantwoordelijkheid voor de school waaraan hij verbonden is. Artikel 13: De bepalingen met betrekking tot het personeel die opgenomen zijn in de huidige samenwerkingsovereenkomst, kunnen geenszins afbreuk doen aan het decreet betreffende de rechtspositie van het personeel. Artikel 14: De vrije en de gemeentelijke school onderschrijven elk voor zich voor eigen rekening of voor rekening van degene die het aanbelangt een brandverzekeringspolis voor het schoolgebouw waarin zij hun administratieve vestigingsplaats hebben alsook voor de zich aldaar bevindende inboedel. Artikel 15: De vrije en de gemeentelijke school sluiten zich elk voor zich alle andere nodige schoolverzekeringspolissen (lichamelijke ongevallen en burgerlijke aansprakelijkheid) af bij OMOB. Artikel 16: De locatie waar het schadegeval zich voordoet is determinerend voor het bepalen van de aansprakelijkheid in hoofde van het schoolbestuur en het personeel dat er zich alsdan in bevindt. Dit houdt o.m. in dat de personeelsleden van de ene school eveneens verantwoordelijk kunnen zijn voor de leerlingen van de andere school. Artikel 17: Conform de wettelijke bepalingen beschikt de vrije en de gemeentelijke school elk over een participatieraad. Artikel 18: Er wordt onverwijld een gezamenlijk oudercomité opgericht voor de vrije en de gemeentelijke school. Artikel 19: Er wordt een overlegcomité opgericht waarin zetelen: - drie afgevaardigden van elk schoolbestuur- de directeurs van beide scholen- één afgevaardigde van het onderwijzend personeel van elke school- twee afgevaardigden van het gezamenlijk oudercomitéArtikel 20: Het overlegcomité kan overgaan tot het oprichten van tijdelijke of permanente subcommissies die bestaan uit minstens vier van zijn leden eventueel aangevuld met externen onderlegd in de te behandelen materies. De externen worden in gelijk aantal aangeduid door de vrije en de gemeentelijke school tenzij anders wordt overeengekomen. De subcommissies rapporteren aan het overlegcomité. Artikel 21: Het overlegcomité vergadert volgens noodzaak doch minstens viermaal per jaar. Elk van de geledingen die er deel van uitmaakt kan de vergadering bijeenroepen op eenvoudig verzoek gericht aan één van de schoolbesturen. Om geldig te beraadslagen dienen minstens twee derden van de leden aanwezig te zijn. Het overlegcomité kan echter, indien het tweemaal bijeengeroepen is zonder dat het vereiste aantal leden is opgekomen, na een derde en laatste oproeping, ongeacht het aantal aanwezige leden, op geldige wijze beraadslagen en besluiten over de onderwerpen die voor de derde maal op de agenda voorkomen. De besluiten worden bij twee derden meerderheid van stemmen genomen. Artikel 22: Het overlegcomité is bevoegd voor alle materies die verband houden met de samenwerking tussen de vrije en de gemeentelijke school met dien verstande dat zijn beslissingen geen afbreuk kunnen doen aan de bevoegdheid van beide schoolbesturen. Inzake materies, waaronder personeelsbeleid, behorend tot de specifieke bevoegdheid van elk van beide schoolbesturen verleent het overlegcomité advies. Aan het einde van elk schooljaar brengt het overlegcomité verslag uit aan de schoolbesturen. Artikel 23: Elke partij kan de huidige samenwerkingsovereenkomst aan het einde van elk schooljaar opzeggen door middel van een aangetekend schrijven dat bij de andere partij uiterlijk op 1 september van het schooljaar dat de datum van de beëindiging voorafgaat dient toe te komen. Artikel 24: Bij beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst worden alle in art. 5 bedoelde goederen die zich op het ogenblik van de opzegging in de schoolgebouwen bevinden waar de vrije en de gemeentelijke school hun administratieve vestigingsplaats hebben, in twee gelijkwaardige loten verdeeld over de vrije en de gemeentelijke school. De met betrekking tot deze goederen bestaande schulden worden verdeeld over de vrije en de gemeentelijke school conform de bepalingen van art. 5 en art. 6. Artikel 25: Huidige samenwerkingsovereenkomst treedt in werking per 1 september 1998. Opgemaakt te Deerlijk op 28 mei 1998 in drie exemplaren waarvan elke partij erkent een voldoende ondertekend exemplaar te hebben ontvangen.
|