|
|
|
|
Hugo Verriest - Pieter Jan Renier - René DeclercqHugo VerriestHugo Verriest werd geboren op 25 november 1840 in Deerlijk en overleed op 28 oktober 1922 te Ingooigem. Deze priester verwierf vooral bekendheid als redenaar en dichter. In 1951 werd een standbeeld opgericht voor de kerk. Pieter Jan RenierPieter Jan Renier werd geboren te Deerlijk op 21 september 1795 en overleed op 21 augustus 1859. Hij hield een kostschool open in Deerlijk, werd in 1833 ontvanger van de kerkfabriek en in 1843 schepen van de burgerstand. Hij richtte tevens een weefschool op. Hij was schrijver van fabels, mengeldichten, schoolboeken, toneelstukken. Dankzij hem zijn nu nog talrijke details bekend over de kerk in vroegere jaren. In september 1869 onthulde men een gedenkteken, gebeiteld door H. Pickerey van Brugge. Bij deze gelegenheid hield Hendrik Conscience een redevoering. Om dit laatste te herdenken werd op 11 juli 1934 een gedenkplaat onthuld, dit door de zorgen van het Davidsfonds. Het was tevens een aandenken aan de beschrijving die Conscience gaf van Deerlijk in zijn boek "Een Goedhart" over de hongersnood in Deerlijk in de periode 1847-1848.
René de ClercqRené de Clercq werd in Deerlijk geboren op 14 november 1877 waar nu het museum gevestigd is. Hij promoveerde tot doctor in de Germaanse filologie te Gent met een proefschrift over Guido Gezelle. Hij was leraar te Nijvel, te Oostende en te Gent. In het begin van de eerste wereldoorlog werd hij leraar aan de Belgische school te Amsterdam. In 1917 keerde hij naar Vlaanderen terug als conservator van het Wiertsmuseum te Brussel en als lid van de raad van Vlaanderen. Met het einde van de oorlog (1918) vestigde hij zich in Nederland waar hij leefde tot aan zijn dood op 12 juni 1932. Hij werd begraven op het kerkhof van Lage Vuursche te Maartensdijk bij Utrecht. Gekende werken zijn: Toortsen (1909), het Rootland (1912), de Noodhoorn (1917). In 1982 werden zijn gebeente en het grafmonument naar Deerlijk overgebracht. Het monument is het werk van de expressionistische kunstenaar Jozef Cantré.
|